TEN BOOME


GRATIS TINEXPERTISES


Lezing door T. Dangis Genoteerd door M. Vereycken

Hoeveel misverstanden bestaan er niet rond tin? De ene zegt: tin wordt gegoten; een ander beweert dat tin wordt gedraaid.
Zou men een echt tinnen bord herkennen door het lichtjes te wringen, zodat het een krakend geluid laat horen? Om eens en voor altijd zeker te zijn of de, al dan niet geërfde, 18de eeuwse tinnen schenkkan niet een 20ste eeuwse copie is, waarin meer lood dan tin verwerkt is, was het dus best zaterdag en zondag voor Boom - Jaarmarkt even langs te komen in het Gemeentelijk museum.

Daar zou ieder op al zijn vragen een afdoend antwoord krijgen van de heer Tony Dangis, een uitstekend tinkenner. Tevens zou ieder toevallig bezitter dan ook in kennis gesteld worden van de waarde. Mogelijk kon de expert waardevolle stukken catalogeren en op deze manier zijn wetenschappelijke studie vervolledigen.

Want het is niet zonder belang te onderlijnen dat de heer Dangis al meer dan 10 jaar aan de samenstelling werkt van een wetenschappelijke studie, die het basiswerk van het Belgisch tin moet worden. In de loop der laatste jaren heeft hij reeds tientallen ongekende merktekens weten toe te schrijven aan onvermoede tingieterijen.

De hoop was dus groot dat in het Boomse wellicht een ongekend merkteken zou opduiken. vele Bomenaars en ook streekgenoten namen de kans te baat om hun tinnen erfstukken te laten keuren. Het werd echter een magere buit en
de meeste voorwerpen konden als kitsch worden afgedaan. Er was toch één enkel waardevol stel lepels, waarvan de stempels de aandacht van de heer Dangis en De Graeve zodanig opeisten, dat ze er zelfs afdrukken van namen voor verder opzoekwerk.

Toch een mooie vangst, waarvan hij kan profiteren om zijn voorgenomen naslagwerk, waarin de fabricageplaats, de herkomst van de voorwerpen en de ouderdom van Belgisch tin zijn samen- gebracht, te verrijken, Deze kan de enkele stukken uit de 15de eeuw, een 20-tal uit de 16de eeuwen een 60-tal uit de 17de eeuw, die reeds gecatalogeerd werden, hoopvol aanvullen.

Wanneer er dus van oud-tin wordt gesproken, gaat men tot ongeveer 1900, Alles wat daarna komt, is meestal van erbarme lijke kwaliteit of namaak,

Want wat is oud?

Zelfs als niet-kenner maakt toch ieder voor zichzelf een selectie. Het tin (een chemisch element uit de vierde groep van het periodiek systeem (SN), een metaal van blauwwitte kleur, dat zeer week en rekbaar is, met een soortelijk gewicht van 7,3 en een smeltpunt van 232° celsius) en fijn tin (een mengsel van tin met bismut, koper en zink) was al 3000 à 4000 jaar voor Christus bekend, Als men aan de onderzijde van het tinnen voorwerp ruwe uitsteeksels of een minder glad oppervlak aantreft, kan men er zeker van zijn dat het in zand is gegoten en dateert van na 1900, Voordien gebruikte men bronzen gietvormen en werden de stukken nadien op een draaibank afgedraaid, voor 1550 ongeveer werden stenen gietvormen gebruikt.

Bovendien kan aangenomen worden dat alle borden en schotels (de platte voorwerpen) in tin, die in België werden gemaakt, twee stempels moeten hebben. De eerste slaat terug op het dorp, de stad of streek waar het werd gemaakt; de tweede gaat over de gebruikte legering, Afhankelijk van de belangrijkheid van de steden in vervlogen tijden, komen de tinnen voorwerpen uit bepaalde steden: Antwerpen, Brussel en Damme zijn hier de voorbeelden. Ruim 60% van alle tot nu toe gecatalogeerde voorwerpen komen uit het Vlaamse landsgedeelte. Een bevestiging er in Vlaanderen meer tingieterijen waren dan in dat Wallonië.

Als pronkstukje toonde de heer Dangis het kleinste stukje tinnen speelgoed dat tot nu toe werd teruggevonden. Het is een soldaatje van +/- 3 cm doormeter dat dateert uit de 17de eeuw, Verder ook lepels die bij ruimingswerken ooit uit de Dijle werden opgevist. Het tin is dan wel door de ouderdom zwart uitgeslagen, de natuurlijk gevormde beschermlaag.

Daarna besprak Dangis de fraaie tinnen schenkkan (22,5 cm hoog). Dergelijke gebruiksvoorwerpen werden vorige eeuw veel gemaakt in de tingieterijen uit Brussel, Mechelen, Leuven, Tienen, Turnhout en 's Hertogenbosch, Deze kannen zijn zelden versierd, tenzij het gaat om een trofee van een schuttersgilde. Dan werd op de buik of op het deksel de naam of de initialen van de winnaar gegraveerd. De kan heeft een karakteristieke vorm met een bolle buik en een sierlijke greep, op de onderkant van de voet staat het merkteken van tingieter Jozef Hubertus van Antwerpen (1819 - 1897). Dat is meteen een aanduiding voor de ouderdom van het stuk. Wie enkel de vorm van de kan bekijkt, is geneigd deze ouder te dateren, maar de tingieter werkte tussen 1839 en 1880.

Een verder voorbeeld maakte de  bijzonder rijke tincollectie van het O.-L.-Vrouwhospitaal van Lessen uit. In de kelders van dit uit de middeleeuwen stammend ziekenhuis werden honderden stuks tin ontdekt. Een ongemeen  rijke verzameling, alhoewel een vrij onbekende collectie.

Tijdens de restauratiewerken aan de St.-Hermes te Ronse werden een tiental jaren geleden zes erg gehavende tinnen voorwerpen gevonden. Het betreft vijf borden en een schenkkan, die ten gevolge van hun langdurig verblijf in een vochtig en koud milieu, zwaar beschadigd zijn, De borden kunnen op basis van vorm en afmetingen in drie verschillende types onderverdeeld worden. In enige gevallen waren de ingeslagen tinmerken nog aanwezig, zodat deze konden afgenomen worden, Eèn ervan duidt op het stadsmerk van Doornik.

Deze ongewone tinvondst voor huishoudelijk gebruik is zeer interessant. Het betreft een geheel dat waarschijnlijk uit dezelfde periode dateert. Op basis van de algemeen vormelijke eigenschappen en vergelijkingsmateriaal dateert dit ensemble waarschijnlijk uit de eerste helft van de 16de eeuw. Gelijkaardige borden zijn in Nederlandse opgravingsverslagen meermaals gepubliceerd.

Merkwaardig zijn niet alleen de ingeslagen merken of de voor- en keerzijde van de borden, maar tevens de eigendomsmerken en het ingekraste opschrift: "Remy du ., ,", Deze identische eigendomsmerken duiden één- en dezelfde bezitter van het tinmerk. Het gekroonde roosmerk had aanvankelijk betrekking op tin van eerste kwaliteit. De al dan niet duidelijke torenvormige stadsmerken wijzen waarschijnlijk in de richting van het dicht bij Ronse gelegen Doornik.


Tinnen kan uit Doornik
Foto van Joop Nieuwenhuis http://home.planet.nl/~tinvantoen/


Tenslotte een woord over de prijsbepaling. Algemeen mag gezegd worden dat de  prijzen voor antiek tin in ons land naar een spectaculair dieptepunt daalden. Vroeger smukten veel antiquaires hun etalage op met tinnen schotels en kannen, waarna het antieke tin naar een hoekje achterin verhuisde. Er werd nog wel gepronkt met een fraai versierde tabakspot, maar het eenvoudige eet- en schenkgerei kreeg geen aandacht meer.  In de jaren 70 was de belangstelling voor tin bijzonder groot en betaalden de verzamelaars hoge prijzen. Maar sinds 1984 daalden de prijzen met de helft of meer. Veel was natuurlijk ook afhankelijk van het productiecentrum. Zo doet het Brugs tin het nog steeds behoorlijk, maar het Brussels tin daalt nog steeds in waarde. Het Brugse tin wordt in heel België verzameld en vermits de meeste goede stukken opgekocht zijn, wordt Brugse tin nu eerder zeldzaam.

Brussel kende een zeer grote productie tot diep in de vorige eeuw, Het aanbod van Brussels tin blijft heel groot, vandaar dat het helemaal onderaan op de prijslijst staat. Ook tin uit Waalse centra wordt eveneens aan lage prijzen aangeboden. Dit geldt evenzeer voor tin uit Antwerpen en Gent. Kortrijk en Ieper hebben hun waarde daarentegen wel behouden.

Voor alle duidelijkheid weze opgemerkt dat men veel stukken tin kan lokaliseren en dateren aan de hand van de merktekens, die er meestal op staan.Om te vermijden dat er teveel lood aan het tin zou toegevoegd worden - noodzakelijk om het harder te maken, maar ongezond - werd al heel vroeg een reglementering op de kwaliteit doorgevoerd.
 Zo onderscheidt men verschillende soorten tin naargelang van het loodgehalte. De beste kwaliteit, het "fijne tin" dat vooral gebruikt wordt voor eet- en schenkgerei, draagt als kwaliteitsmerk de Tudor- roos waarin de tingieter zijn initialen aanbracht. Daarnaast duidt het stadsteken de herkomst van het stuk aan. Deze merken zijn de sleutel van de financiële en kunsthistorische waarde. En daar knelt juist het schoentje, vermits er weinig  literatuur voorhanden is, zodat de leek zelf moeilijk opzoekingswerk kan verrichten. Zo kopen verzamelaars, die op de hoogte zijn, de mooiste stukken tin op en laten bij antiquaires de rommel achter. Wellicht zullen in de volgende jaren opnieuw stukken uit oude verzamelingen op de markt komen en zal dit tin, meestal van goede kwaliteit, de handel terug aanporren, Want er wordt vastgesteld dat het landelijk materiaal stilaan in de internationale handel wordt opgenomen, niet om een zulkdanige vaart te lopen als edelsmeedwerk dat geliefd wordt omwille van de lage estetiscthe waarde van het materiaal zelf, Maar toch! En dankzij kleine lokale exposities komt wellicht een revival  van het antiek tin te voorschijn.

Het feit dat de kunsthandel steeds meer belangstelling koestert voor gemerkte objecten is wellicht een mogelijke stimulans voor waardevermeerdering, Zo ontdekt Frankrijk nu ook, na Engeland en Nederland, de waarde van 19de eeuwse faience uit centra als Longwy of Cieil.  De koper stelt het immers op prijs de herkomst en de ouderdom van een stuk bijna exact te kunnen achterhalen.Goochelen met waardeloze termen als "Vlaams" of "barok" wordt niet op prijs gesteld. Zeker als men er de relativiteit van snapt, want in bepaalde streken werd de vormentaal van de barok  anderhalve eeuw "later"  nog gebruikt. Het gemerkt antiek tin biedt dus het zekerste houvast.

 

TERUG NAAR INDEX JAARBOEKEN